Arbeidsrecht

Arbeidsrecht

Je arbeidscontract is maar de helft van de afspraak. Naast wat erin staat, moet je werkgever zich houden aan een reeks wetten die jou als werknemer beschermen. Samen vormen die regels het arbeidsrecht. Ze bepalen wat er in je contract mag staan, wat je minstens verdient, wat er gebeurt als je ziek wordt en hoe je dienstverband eindigt.

Het arbeidsrecht volgt je dienstverband van de eerste werkdag tot het vertrek. Bij ontslag lopen er korte termijnen. Juist dan loont snel advies bij het Juridisch Loket of een advocaat.

Welke wetten samen het arbeidsrecht vormen

De basis staat in het Burgerlijk Wetboek, met regels over proeftijd, vakantie, opzegtermijnen en ontslag. Daaromheen regelt een handvol losse wetten elk een eigen deel van je werk:

  • de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, die je een ondergrens voor loon en vakantiegeld geeft
  • de Arbeidstijdenwet, met regels over werktijden en rusttijden
  • de Arbeidsomstandighedenwet, over veilig en gezond werken
  • de Wet arbeid en zorg, met de verlofregelingen waar je recht op hebt
  • de wetgeving over gelijke behandeling, die verschil in arbeidsvoorwaarden verbiedt tussen bijvoorbeeld voltijders en deeltijders of vaste en tijdelijke krachten

Valt je werkgever onder een cao, dan staan daar vaak extra afspraken in over loon, vakantie en opzegtermijnen. Op sommige punten staat de wet toe dat een cao afwijkt van de hoofdregel (Rijksoverheid).

Het begin van je dienstverband: het arbeidscontract

Een dienstverband start met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tijdelijk) of voor onbepaalde tijd (vast). Een tijdelijk contract gaat automatisch over in een vast contract zodra je bij dezelfde werkgever:

  • meer dan 3 tijdelijke contracten hebt gehad
  • langer dan 3 jaar achter elkaar met tijdelijke contracten werkt

Die telling geldt alleen als er maximaal 6 maanden tussen de contracten zit. Bevat je cao andere regels, dan gaan die voor. Een BBL-leerwerkovereenkomst en werk in de topsport vallen onder de uitzonderingen op het recht op een vast contract. Per 1 januari 2028 verandert dit door de Wet meer zekerheid flexwerkers: na 3 tijdelijke contracten mag je werkgever je dan 3 jaar lang geen nieuw tijdelijk contract geven in plaats van 6 maanden (Rijksoverheid).

Spreek je een proeftijd af, dan mogen jij en je werkgever het contract in die periode direct opzeggen. Wie opzegt, geeft de reden schriftelijk als de ander erom vraagt (Rijksoverheid).

Lees je contract ook na op een concurrentiebeding. Zo’n afspraak verbiedt je om na je vertrek soortgelijk werk te doen bij een concurrent of als ondernemer. In een tijdelijk contract mag zo’n beding alleen staan als je werkgever in het contract motiveert welk zwaarwegend bedrijfsbelang het nodig maakt. Zonder die motivering is het beding niet geldig.

Tijdens je werk: loon en ziekte

Je loon

Je werkgever betaalt je minstens het minimumloon en de minimumvakantiebijslag. In je arbeidsovereenkomst staat wanneer je loon binnenkomt; bij weekloon mag dat nooit langer dan één maand duren, bij maandloon ligt de grens bij een kwartaal. Bij de eerste betaling hoort een loonstrook en je ontvangt een nieuwe zodra er iets in je loon of de inhoudingen verandert. Betaalt je werkgever door nalatigheid te laat, dan heb je recht op een verhoging (Rijksoverheid).

Als je ziek wordt

Word je ziek, dan betaalt je werkgever maximaal 2 jaar je loon door. Meestal loopt die loondoorbetaling bij ziekte of een ongeval vanaf je eerste ziektedag. Alleen als je contract of cao wachtdagen noemt, hoeft je werkgever over de eerste dag of de eerste 2 dagen niets te betalen. Na 2 jaar ziekte beoordeelt UWV of je recht hebt op een WIA-uitkering.

In de eerste 2 jaar van je ziekte mag je werkgever je niet ontslaan. Die bescherming vervalt als je volgens UWV niet meewerkt aan je re-integratie na verzuim.

Ben je vaak kort ziek en zijn de gevolgen voor het bedrijf onaanvaardbaar, dan mag een werkgever je wel ontslaan. Hij heeft daarvoor een deskundigenverklaring van UWV nodig en de kantonrechter beoordeelt het ontslag.

Het einde: ontslag en ontslagvergoeding

Een tijdelijk contract stopt vanzelf op de afgesproken datum (Rijksoverheid). Wil je werkgever je eerder of uit een vast contract laten gaan, dan bepaalt de reden welke route hij moet volgen (Rijksoverheid):

Situatie

Wat er geldt

Jij en je werkgever spreken samen af te stoppen

Ontslag met wederzijds goedvinden, vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst. Klopt de overeenkomst niet, zet dan geen handtekening.

Bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid

Je werkgever vraagt toestemming aan UWV en zegt daarna op. Van de opzegtermijn blijft altijd minstens één maand over.

Een andere reden, zoals een verstoorde verhouding of onvoldoende functioneren

De kantonrechter beslist over het ontslag.

Een ernstige misdraging, zoals diefstal of fraude

Ontslag op staande voet: het contract eindigt direct en je werkgever moet je de reden meteen vertellen.

Ontslag tijdens je zwangerschap is niet toegestaan, net als tijdens je zwangerschaps- en bevallingsverlof en de eerste 6 weken daarna. Alleen in bijzondere gevallen mag het toch, bijvoorbeeld als je afdeling stopt.

Ontslaat je werkgever je, dan heb je meestal recht op een transitievergoeding. Dat geldt ook als je ziek bent en als je werkgever je tijdelijke contract niet verlengt. De hoogte van die ontslagvergoeding hangt af van je maandsalaris en de duur van je dienstverband. Neem je zelf ontslag, dan krijg je de vergoeding alleen bij ernstig verwijtbaar handelen van je werkgever.

Bij ontslag naar het Juridisch Loket of een arbeidsrecht advocaat

Ontslag is het moment waarop het arbeidsrecht het hardst doorwerkt, omdat je rechten dan aan termijnen vastzitten. Ben je op staande voet ontslagen of tijdens je zwangerschap, dan heb je 2 maanden om de rechter te vragen het ontslag ongedaan te maken. Ook een beëindigingsovereenkomst vraagt om oplettendheid: staat erin dat jij zelf ontslag neemt terwijl dat niet zo is, dan krijg je mogelijk geen WW-uitkering.

Ben je het niet eens met je ontslag, dan noemt de Rijksoverheid drie adressen voor hulp: het Juridisch Loket, je vakbond en je rechtsbijstandverzekeraar. Een arbeidsrecht advocaat geeft advies, onderhandelt namens je en gaat met je mee naar de rechter (Rijksoverheid).

Heb je niet te veel inkomen of vermogen, dan betaalt de overheid mogelijk mee aan je advocaat via gesubsidieerde rechtsbijstand. Je betaalt dan bijna altijd een eigen bijdrage. Wil je met je werkgever in gesprek blijven, dan werk je bij mediation samen met een mediator aan een oplossing.

Deze informatie is algemeen en geen juridisch advies. Voor jouw situatie neem je contact op met een advocaat of het Juridisch Loket.